19365742.8dd5717.f8185a38c88c4889a9aec3f6682e468f
voor verhalen

Schickimicki

Ik heb me verliefd. Hier in Berlijn. In een Duitser. Hij heet Duden, draagt een goudgele jas, is buitengewoon zwaar en weet alles. Duden is geboren in 1880, maar gaat met zijn tijd mee.

Ja, zaken waarvan ik geen benul heb of waaraan ik twijfel, die vraag ik aan Duden. Wat ’wutschnaubend’ letterlijk betekent, bijvoorbeeld. Duden aarzelt nooit. Hij graaft in zijn geheugen en somt kalm op: wütend aggressiv, ärgerlich, aufgebracht, cholerisch, empört, entrüstet, erbittert, erbost, erregt, geharnischt, gereizt, grimmig, heftig, hitzig, rabiat, rasend, tobsüchtig, unbeherrscht, verärgert, verdrossen, wild, wutschäumend, zornig, erzürnt, ungehalten, indigniert, auf hundertachtzig sein, böse, fuchtig, gnatzig, grätig, geladen, stinkig.

In het Nederlands zou ik geen idee hebben hoe ik een woord als wutschnaubend het beste kon vertalen. Erg nodig is zo’n vertaling ook niet, want wie een wutschnauber tegenkomt, voelt zo ook de stemming wel aan.

Dandy

Ik leerde Duden kennen op 11 maart, de avond dat mijn huisgenoot Claudia het woord ’Schickimicki’, – dandy of snob – in de mond nam, om een zekere jongen te beschrijven. Der Schickimicki. Een woord om mee te trouwen sowieso, ook zonder de betekenis te kennen. Ik raadpleegde Google en vond de online Duden; die deutsche Rechtschreibung, ofwel het grote gele Duitse woordenboek, dat ruim anderhalve eeuw geleden in eerste druk werd gepucliceerd door Konrad Duden.

Sindsdien is het aan, met Duden. En de Duitse taal. Omdat ze zo genuanceerd zijn kan. Zo precies, zo verfijnd. Omdat ze zo grappig klinkt, vooral de omgangstaal. Een biertje halen in der Späti (het koosnaampje voor Spätkauf) is nou eenmaal velen malen leuker dan de avondwinkel binnen stappen. En van iemand die bij der Kripo (Kriminalpolizei) werkt, verwacht je toch niet direct dat hij zich met strafzaken bezig houdt.

Vaak zijn er niet één, twee of drie woorden die een bepaald gevoel beschrijven, maar wel twintig. ZO duurde het eens tenminte twintig minuten voordat ik mijn chef exáct had uitgelegd op welke manier de ‘akelige buurman’ in mijn stukje over de nieuwste roman van Herman Koch nou eigenlijk precies akelig was. Het schrijven gaat er niet sneller op, het wordt er wel leuker van.

Het meeste van mijn Duitse woordenschat leer ik aan de keukentafel, of ‘op straat’. Een avondje op stap met Claudia en haar vrienden leverde me misschien niet het meest bruikbare krantenduits op, maar toch tenminste een berg plezier en een hoop spraakuren. Een bloemlezing: nuscheln (mompelen), die Klugscheißer (de wijsneus), die Rotze (het snot), gammeln (hannesen), anquatsen (ongegeneerd aanspreken), die Tussi (stom wicht), knutschen (intensive Küsse austauschen – dank, Duden).

Aan de muur

Wat het allemaal nog beter maakt, zo illustreerde Claudia me bij thuiskomst aan de bewuste keukentafel, is dat veel van de woorden en vooral de manier waarop ze klinken, perfect passen bij hun betekenis. Zeg Rotze – met een stevige r, een kort-maar-krachtige o, een scherpe z en liefst een uitroepteken er achter – en het klinkt echt als snot. Helemaal wanneer je er ook nog eens een smerig gezicht bij trekt.

Twee van mijn absolute favorieten: die Tussi (Toooeeesii) en der Typ (Tuuup). Het type woorden met in de klank een perfecte mix van nonchalance en toch precisie, omdat ze een heel helder beeld oproepen.

Inmiddels hebben we in huis onze eigen Duden aan de keukenmuur: een reusachtig wit vel papier, om de woorden te bewaren. En grote zware Duden in zijn gele jas? Die gaat mee naar huis. Misschien, ja heel misschien begin ik daar wel een Späti, in mijn straat. Voertaal: Schickimickideutsch.

In 2015 deed ik mee aan een uitwisselingsprogramma voor journalisten en mocht ik twee maanden voor de Duitse krant Der Tagesspiegel in Berlijn te werken. In die tijd schreef ik ook een aantal blogs voor de website van Dagblad van het Noorden. Deze verscheen op 18 april en ook op de website van Duitslandnieuws.