19365742.8dd5717.f8185a38c88c4889a9aec3f6682e468f
voor verhalen

Frau Storl

Ze werkt in de Aldi in de Mall of Berlin; de ‘Einkaufserlebnis’ aan de Leipziger Platz in Berlijn. Meer dan 270 winkels telt dit op één na grootste overdekte winkelcentrum van de stad. Berlijn is koud, groot en grijs vandaag. Te groot nog, voor een import-Groninger die hecht aan overzicht en gewoonten.

Staand voor het enorme winkelgebouw verlang ik hevig naar de Hema in de Herestraat, die ik nog blind kan vinden en waar de mevrouw van de fotoafdeling mijn achternaam kan spellen.

De Aldi zit in de kelder van het Kaufhaus, weggedrukt in een hoek. Ik wend me tot de caissière en leg in mijn nog kleuterduits uit dat mijn ’Aldi Talk’, het prepaidpakket van de supermarkt, niet helemaal naar behoren ’funktioniert’. Internetten – want ja, wij Nederlanders maken werkelijk van alle zelfstandige naamwoorden een werkwoord – lukt, maar bellen: ho maar.

Frau Storl

De caissière schakelt hulp in. Een mevrouw snelt van achter in de winkel naar me toe. Frau Storl, zo leert het naambordje, dat fier op haar borst prijkt. Ze kijkt vriendelijk, wat me geruststelt na de nodige waarschuwingen voor de lokale variant van de archetypische Groningse buschauffeur: de typisch nurkse Berlijner.

De kelderaldi heeft geen bereik, verzucht Frau Storl met een glimlach, dus we moeten naar buiten. De roltrap op, het Kaufhaus uit.

Zo staan we weer op straat, met uitzicht op de drukke Potsdamer Platz – een plein dat ik als toerist een beetje ken, maar dat me als tijdelijke bewoner van deze Großstadt plots angstaanjagend onbekend voorkomt.

Gelukkig is er Frau Storl. Ze vogelt razendsnel uit dat het probleem hem zit in het bellen van buitenlandse nummers. Frau Storl zelf – ze heeft ook een Aldi Talk – kan ik moeiteloos bereiken, zo blijkt. Maar om mijn moeder te bellen, heb ik speciaal beltegoed nodig.

Beltegoed

Frau Storl gaat me voor. Het Kaufhaus in, de roltrap af. Terug in de Aldi geeft ze de caissière opdracht me gauw van beltegoed te voorzien. Ik reken af en dribbel opnieuw achter haar aan, de winkel uit, de roltrap op, naar buiten. Daar installeert ze mijn nieuwe tegoed en wenst me een fijne vakantie. Ik zeg dat ik hier twee maanden woon en werk. ‘Ah!’, reageert ze verheugd. ‘Dann sehen wir uns bestimmt noch in den Aldi!’

Ik lach, dank haar voor de vijfde keer erg hartelijk en bel mijn moeder. ‘Gaat het goed?’, vraagt ze. ‘Ja!’ zeg ik. Een breekbaar stemmetje, toch. En moeders houd je niet voor de gek. ‘Heb je geen spijt?’ De bezorgde moederstem. Ik kijk op, naar de Potsdamer Platz, de Mall of Berlin, de meute mensen, het onstuimige verkeer en denk aan Frau Storl. ‘Nee’, zeg ik. ‘Integendeel. Dit komt goed.’

In 2015 deed ik mee aan een uitwisselingsprogramma voor journalisten en mocht ik twee maanden voor de Duitse krant Der Tagesspiegel in Berlijn te werken. In die tijd schreef ik ook een aantal blogs voor de website van Dagblad van het Noorden. Deze verscheen op 21 maart.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *